facebook vimeo

Kaartverkoop

Paradisolezing 2 – Xander Tielens

zondag 19 februari 2017, Paradiso Amsterdam

In de Paradisolezingen 2017 nemen topwetenschappers ons met zevenmijlslaarzen in acht stappen mee door de levensloop van de aarde. Van de Oerknal naar de elementaire bouw stenen van het heelal, van complexe moleculen tot het eerste leven, van aap tot mens tot homo technologicus, en uiteindelijk tot kunstmatige intelligentie. De serie behandelt in vogelvlucht het ontstaan van leven in ons heelal en ‘de evolutie van alles’.

Op 19 februari 2017 hield Prof.dr. Xander Tielens (hoogleraar fysica en chemie van de interstellaire ruimte, Universiteit van Leiden) de tweede Paradisolezing in de serie LEVEN IN ONS HEELAL. Zijn lezing was getiteld De kosmische oorsprong van het Leven. De lezing werd ingeleid door Rob van Hattum, eindredacteur Wetenschap VPRO en Chief Science Officer NEMO Science Museum.

Astrobiologie is de studie van de oorsprong van het leven in het heelal en houdt zich bezig met de meest fundamentele vragen in de wetenschap: Hoe is het leven begonnen op Aarde? en Is er leven elders in het heelal?. In de laatste twintig jaar hebben we geleerd dat het in het heelal wemelt van de planeten en dat van iedere vijf zon-achtige sterren er één een aard-achtige planeet heeft in de 'bewoonbare zone'. We hebben geleerd dat leven kan gedijen op de meest extreme plaatsen op Aarde. En we hebben geleerd dat leven razendsnel ontstaan is op Aarde toen de condities er naar waren. Zo het paradigma omgeslagen van 'leven op Aarde is uniek' naar 'Leven is wijdverspreid in het heelal'. De zoektocht naar de biosignaturen op andere planeten is daarmee leven in geblazen. In deze lezing kwamen de verschillende factoren die deze omslag te weeg hebben gebracht aan de orde en werden de chemische wortels van het leven in het heelal besproken.

De Paradisolezingen werden georganiseerd door Verstegen & Stigter culturele projecten en Paradiso en worden mede mogelijk gemaakt dankzij bijdragen van NEMO Science Museum, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der WetenschappenMuseum Boerhaave en de VPRO.